ECLI:NL:RBROT:2019:7828
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod wegens verstoring openbare orde
Verweerder, de burgemeester van Rotterdam, legde op grond van artikel 172a van de Gemeentewet een gebiedsverbod op aan verzoeker vanwege zijn betrokkenheid bij een moord die leidde tot ernstige verstoring van de openbare orde. Verzoeker mocht zich gedurende drie maanden niet begeven in het gemarkeerde gebied.
Verzoeker betwistte de bevoegdheid van verweerder en voerde aan dat hij geen ernstige verstoring van de openbare orde had veroorzaakt en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen. Hij stelde dat hij afhankelijk is van zijn netwerk in het gebied en dat het besluit een onnodige inbreuk maakt op zijn privéleven, verwijzend naar artikel 8 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat het gebiedsverbod gerechtvaardigd is gezien de ernst van de verstoring en de antecedenten van verzoeker. Het individuele belang van verzoeker weegt minder zwaar dan het belang van de openbare orde. Verweerder heeft de belangen zorgvuldig afgewogen en het besluit is in redelijkheid genomen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en concludeerde dat het besluit van verweerder in bezwaar waarschijnlijk stand zal houden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen.