Op 12 juni 2019 werd bij de verdachte in Rotterdam een pistoolmitrailleur, munitie, een aanzienlijk geldbedrag, cocaïne, GHB en een vervalst identiteitsbewijs aangetroffen. De verdachte werd vervolgd voor het bezit van een automatisch vuurwapen, witwassen van €5.030,-, het gebruik van een vals identiteitsbewijs en het bezit van verdovende middelen.
De verdediging voerde aan dat de binnentreding en doorzoeking van de woning onrechtmatig waren en dat het vuurwapen niet geschikt was voor automatisch vuren. De rechtbank oordeelde dat de machtiging tot binnentreden rechtmatig was gegeven op basis van een anonieme tip en eerdere kennis van betrokkenen. De doorzoeking was eveneens rechtmatig, aangezien er geen bewijs was dat de lade waarin het identiteitsbewijs werd gevonden gesloten was of dat deze onrechtmatig was geopend.
Het technisch onderzoek bevestigde dat het vuurwapen geschikt was om automatisch te vuren, ondanks een defect. De verdachte kon niet aannemelijk maken dat het geld legaal was verkregen; zijn verklaringen waren vaag en niet verifieerbaar. De rechtbank achtte bewezen dat het geld uit misdrijf afkomstig was en dat de verdachte hiervan op de hoogte was.
De verdachte werd vrijgesproken van het gezamenlijk plegen van de feiten met anderen. Gezien de ernst van de feiten, waaronder het bezit van een automatisch vuurwapen en drugs, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, werd een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest. Een beslagbeslissing kon niet worden genomen wegens het ontbreken van een beslaglijst.