ECLI:NL:HR:2010:BK3503
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Defect stroomstootwapen valt onder categorie II WWM ondanks niet-functioneren
In deze zaak stond de vraag centraal of een stroomstootwapen dat defect is, nog steeds kan worden aangemerkt als een wapen in de zin van artikel 2 van Pro de Wet wapens en munitie (WWM). De verdachte werd veroordeeld voor het bezit van een dergelijk wapen, ondanks dat het apparaat niet functioneerde.
De verdediging stelde dat het defect zijn van het stroomstootwapen betekende dat het niet langer een wapen was waarmee personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht, en dat de verdachte daarom vrijgesproken moest worden. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de omschrijving in de wet een algemene typering betreft, waarbij het functioneren van het wapen niet doorslaggevend is.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad benadrukte dat een defect op zichzelf niet uitsluit dat het voorwerp als een wapen kan worden aangemerkt. Hierdoor blijft het bezit strafbaar, ook als het wapen niet werkt.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is van belang voor de interpretatie van de WWM met betrekking tot stroomstootwapens.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het bezit van een defect stroomstootwapen strafbaar is onder art. 2 WWM.