ECLI:NL:RBROT:2019:8148
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen gedeeltelijke weigering ontheffing minimaal vereist eigen vermogen pensioenfonds
Een pensioenfonds met een DC-kring verzocht De Nederlandsche Bank (DNB) om ontheffing van het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) voor deze kring. DNB kende gedeeltelijke ontheffing toe, waarbij het overlijdensrisico werd gemaximeerd op 1,0% van de technische voorzieningen onder de voorwaarde dat de huidige (her)verzekering gehandhaafd bleef. Het pensioenfonds stelde dat het overlijdensrisico door de (her)verzekering volledig was afgedekt en dat DNB de ontheffing ten onrechte had beperkt.
De rechtbank oordeelde dat het overlijdensrisico niet volledig is weggenomen omdat de (her)verzekeringsovereenkomst jaarlijks kan worden aangepast of opgezegd, waardoor risico's blijven bestaan. Ook stelde de rechtbank dat de voorwaarde dat de (her)verzekering gehandhaafd moet blijven onvoldoende is om het risico volledig te ondervangen. Verder vond de rechtbank dat DNB de motivering van haar besluit voldoende had toegelicht, met name de aansluiting bij de prognose van het pensioenfonds en de belangen van de aanspraak- en pensioengerechtigden.
Het beroep op onderscheid tussen DC- en DB-kringen en de wens voor een ontheffing van onbeperkte duur faalden eveneens. DNB mocht de ontheffing beperken tot een jaar om jaarlijks de situatie te kunnen beoordelen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van DNB tot gedeeltelijke weigering van ontheffing van het minimaal vereist eigen vermogen wordt ongegrond verklaard.