ECLI:NL:RBROT:2019:8205
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing bijzondere bijstand en geen dwangsom wegens te vroege ingebrekestelling
Eiseres diende op 2 november 2018 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten. Verweerder besloot op 12 april 2019 de aanvraag af te wijzen. Eiseres stelde verweerder bij brief van 18 december 2018, ontvangen op 21 december 2018, bij voorbaat in gebreke om binnen 14 dagen te beslissen, waarna een dwangsom zou volgen. Verweerder verklaarde deze ingebrekestelling echter kennelijk niet-ontvankelijk omdat deze te vroeg was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van acht weken liep tot en met 31 december 2018, zodat de ingebrekestelling op 21 december 2018 prematuur was. Jurisprudentie bevestigt dat een te vroege ingebrekestelling niet als zodanig kan worden beschouwd en dus geen grond is voor een dwangsom. Tevens is geoordeeld dat verweerder niet verplicht was eiseres te horen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Verder is vastgesteld dat de wijziging in de motivering van het besluit in bezwaar niet leidt tot vergoeding van proceskosten, omdat het besluit niet is herroepen maar slechts gemotiveerd. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen dwangsom toegekend wegens te vroege ingebrekestelling.