ECLI:NL:RBROT:2019:8923
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens ontbreken passende beschermde woonvorm
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, en komt in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling per 21 oktober 2019.
Het Openbaar Ministerie verzoekt uitstel van deze invrijheidstelling voor 120 dagen, omdat er geen passende beschermde woonvorm met ambulante forensische zorg beschikbaar is. De reclassering en de penitentiaire inrichting adviseren uitstel met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen en deelname aan een CoSa-traject.
Tijdens de zitting op 8 oktober 2019 is gebleken dat de veroordeelde 24-uurs zorg nodig heeft en dat het moeilijk is een geschikte woonplek te vinden vanwege zijn status als zedendader, ontkennende houding, taalachterstand en licht verstandelijke beperking. De rechtbank acht het uitstel van maximaal vier maanden redelijk en wijst de vordering toe, met de mogelijkheid voor eerdere invulling van de voorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit met maximaal 120 dagen wegens het ontbreken van een passende beschermde woonvorm met forensische zorg.