ECLI:NL:RBROT:2019:908
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in hennepkwekerijzaak te Dirksland
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen van hennepplanten en het stelen van elektriciteit in Dirksland. De tenlastelegging omvatte het opzettelijk telen en/of aanwezig hebben van ongeveer 3.750 hennepplanten en het wederrechtelijk toe-eigenen van elektriciteit van een energiebedrijf.
Tijdens de terechtzittingen op 20 april 2018, 28 september 2018 en 23 januari 2019 werd het bewijs onderzocht. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de ten laste gelegde feiten en stelde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank was het hiermee eens en oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
De benadeelde partij had een materiële schadevergoeding van €30.974,75 gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen omdat de schade reeds was betaald. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten die door verdachte ter verdediging van de vordering waren gemaakt, welke kosten nihil werden begroot.
De rechtbank verklaarde de ten laste gelegde feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam op 23 januari 2019.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het telen van hennep en diefstal van elektriciteit wegens onvoldoende bewijs.