ECLI:NL:RBROT:2019:9270
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete AFM wegens overtreding kredietverstrekking
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan [verzoekster], een kredietinstelling, een bestuurlijke boete van €1.125.000 op wegens overtreding van artikel 4:34, eerste en tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De overtredingen betroffen onvoldoende informatie-inwinning over de financiële positie van consumenten en het verstrekken van krediet dat onverantwoord was met het oog op overkreditering.
[Verzoekster] maakte bezwaar tegen het boetebesluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waaronder het uitstellen van de publicatie van het boetebesluit. De rechtbank oordeelde dat de AFM terecht heeft vastgesteld dat [verzoekster] haar onderzoeksplicht niet voldoende heeft ingevuld, onder meer doordat zij onvoldoende navraag deed naar structurele en onvermijdbare lasten zoals betalingen aan de Belastingdienst en alimentatie.
De rechtbank verwierp het verweer dat de AVG een verificatieplicht zou verbieden en oordeelde dat de boete terecht en proportioneel was opgelegd gezien het structurele karakter van de tekortkomingen. Ook het verzoek om uitstel van publicatie werd afgewezen omdat de AFM voldoende had gemotiveerd dat geen sprake was van uitzonderlijke omstandigheden die publicatie zouden moeten verhinderen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit voldoende was gemotiveerd en dat geen voorlopige voorziening nodig was. Het verzoek werd daarom afgewezen en de AFM mag het boetebesluit publiceren zoals wettelijk voorgeschreven.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de bestuurlijke boete van de AFM wordt afgewezen en het boetebesluit mag worden gepubliceerd.