ECLI:NL:RBROT:2019:936
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte hennepkwekerij en elektriciteitsdiefstal te Dirksland
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het telen van hennepplanten en het stelen van elektriciteit in Dirksland gedurende de periode van oktober 2014 tot maart 2015.
Tijdens de zittingen op 20 april 2018, 28 september 2018 en 23 januari 2019 werd het bewijs onderzocht. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de ten laste gelegde feiten en stelde dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moest worden verklaard in haar schadevordering.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij zonder nadere motivering. De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade werd afgewezen omdat deze reeds was voldaan. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten, die nihil werden begroot.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 23 januari 2019, waarbij de rechters Laurijssens, Bergen en Werner het vonnis hebben gewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van hennepkwekerij en elektriciteitsdiefstal wegens onvoldoende bewijs.