ECLI:NL:RBROT:2019:9388
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde afwijzing persoonsgebonden budget in Jeugdwetzaak
Eiser, een jeugdige met foetaal alcohol syndroom en een licht verstandelijke beperking, vroeg om een verhoging van zijn persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg in de periode van 15 december 2017 tot 30 juni 2018. De gemeente wees dit verzoek af en kende zorg toe in natura toe voor een beperkte periode. Eiser voerde aan dat dit besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de toegekende zorg niet overeenkwam met zijn aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende had gemotiveerd waarom zorg in natura werd toegekend in plaats van een pgb, terwijl eiser al een pgb had en alleen een verhoging vroeg. Ook erkende de gemeente dat de toegekende periode ten onrechte beperkt was. De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met de Awb en beval een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast wees de rechtbank het bezwaar tegen vergoeding van proceskosten af, maar bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiser moet worden vergoed. De onjuiste rechtsmiddelenclausule in het besluit werd gepasseerd omdat deze geen nadelige gevolgen had voor eiser.
Uitkomst: Het besluit om het pgb te weigeren wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen met vergoeding van het griffierecht.