Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juli 2018 in de zaak tussen
[naam kind], te [plaats], eiser,wettelijk vertegenwoordigers: [naam vader] (vader) en [naam moeder] (moeder), eveneens te [plaats],
Procesverloop
Bij besluit van 6 april 2018 (bestreden besluit 2) heeft verweerder de door eiser schriftelijk verzochte dwangsom op nihil bepaald.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen de bestreden besluiten 1 en 2 gegrond;
- vernietigt deze besluiten;
- verklaart het bezwaar tegen het primaire besluit van 7 juli 2017 ongegrond;
- bepaalt dat verweerder een dwangsom verbeurt van € 1.260,-;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 46,- vergoedt.
mr. A.C. Hendriks, leden, in aanwezigheid van mr. M. Lammerse, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2018.