Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen rechters van de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. De eerste wrakingskamer had op 31 oktober 2019 een eindbeslissing genomen over een eerder wrakingsverzoek van verzoeker. Vervolgens diende verzoeker op 13 november 2019 een wrakingsverzoek in tegen een rechter die reeds bij de eerdere beslissing betrokken was en die de zaak niet langer behandelde.
De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek tegen de rechters van de wrakingskamer evident misbruik van recht betreft, aangezien uit de eerdere beschikking blijkt dat verzoeker correct was uitgenodigd voor de zitting. Daarnaast is wraking slechts mogelijk zolang de rechter de zaak behandelt; na een einduitspraak is wraking niet meer aan de orde.
Daarom verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoeken. Een mondelinge behandeling van deze verzoeken wordt achterwege gelaten en verzoeker wordt niet opgeroepen voor een zitting.