ECLI:NL:RBROT:2019:9618
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan bewoning voor hennepteelt vernietigd wegens onverbindende verordening
Eiser huurde een woning in Rotterdam die zonder vergunning werd onttrokken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van hennepteelt. Verweerder legde op grond van de gemeentelijke Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2017 een bestuurlijke boete van € 4.000,- op. Eiser betwistte zijn verwijtbaarheid en de hoogte van de boete en stelde beroep in tegen het besluit dat zijn bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat de bepalingen van paragraaf 3.1 van de Verordening 2017 onverbindend zijn wegens strijd met artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Verweerder had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte in Rotterdam, mede omdat de gebruikte rapporten geen definitie van schaarste bevatten en alleen sociale huurwoningen van corporaties onderzochten.
Daarmee kon het bestreden besluit niet in stand blijven en werd het primaire besluit herroepen. Verweerder was niet bevoegd het besluit tot boeteoplegging te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de bestuurlijke boete wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.