Verzoekster trad op 7 januari 2019 in dienst bij verweerster op basis van een arbeidsovereenkomst voor 12 maanden. In mei 2019 werd afgesproken dat verzoekster vanuit huis zou werken, maar zij gaf aan moeite te hebben met de aard van de werkzaamheden en meldde zich ziek. Verweerster stelde dat verzoekster niet bereikbaar was en legde een loonstop op, gevolgd door ontslag op staande voet per 6 augustus 2019 wegens werkweigering en het niet beschikbaar zijn.
Verzoekster vorderde loonbetaling over de periode vanaf 17 juli 2019 tot het einde van het dienstverband, een billijke vergoeding en de verstrekking van loonstroken. Verweerster betwistte ziekte en stelde dat het ontslag terecht was vanwege dringende redenen.
De rechtbank oordeelde dat geen dringende reden voor ontslag aanwezig was. De werkweigering was niet onverwijld opgevolgd en de communicatieproblemen waren mede te wijten aan verweerster. Verzoekster had zich ziek gemeld en was niet onbereikbaar, mede door contact via haar gemachtigde. Daarom is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig.
De rechtbank veroordeelde verweerster tot doorbetaling van loon tot het einde van het dienstverband, inclusief wettelijke verhoging en rente. Een billijke vergoeding werd afgewezen omdat verzoekster onvoldoende onderbouwing gaf. Verweerster moet ook de gevraagde loonstroken verstrekken en wordt veroordeeld in de proceskosten.