Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening die Stichting Maasdeltagroep verbiedt het ontruimingsvonnis van 6 december 2019 uit te voeren totdat haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is beslist. Dit verzoek volgt op een eerder moratorium dat was verstreken zonder dat een minnelijke regeling tot stand kwam.
Verweerster stelde dat het verzoek misbruik van bevoegdheid is omdat verzoekster geen aantoonbare inspanningen had geleverd om tot een regeling te komen binnen het moratorium en dat verzoekster in strijd met de goede trouw heeft gehandeld door inkomsten uit prostitutie te onttrekken aan crediteuren. Verweerster wees ook een voorstel tot schuldsanering af omdat dit na afloop van het moratorium werd ingediend.
De rechtbank oordeelde dat sprake is van een spoedeisende situatie en dat het belang van verzoekster om in haar woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het ontruimingsvonnis uit te voeren. Verzoekster staat onder beschermingsbewind en voldoet de huurtermijnen tijdig. Daarnaast is aannemelijk dat verzoekster zal worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De verklaringen over de prostitutieactiviteiten en overlast werden door de rechtbank in het licht van de omstandigheden en het beschermingsbewind meegewogen.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan en geldt totdat over het verzoek tot schuldsanering is beslist of het verzoek wordt ingetrokken. De uitspraak is gedaan door rechter M. Aukema op 13 november 2020.