De minderjarige, een vijftienjarig meisje dat zwanger is en binnenkort zal bevallen, en haar moeder weigeren toestemming te geven voor een mogelijk noodzakelijke bloedtransfusie tijdens de bevalling vanwege hun geloofsovertuiging als Jehova's getuigen. De minderjarige is door twee psychiaters wilsonbekwaam verklaard om een redelijke waardering te maken van haar belangen omtrent het weigeren van bloedproducten.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om de moeder gedeeltelijk te schorsen in de uitoefening van het gezag, zodat de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (GI) de voorlopige voogdij kan krijgen en medische beslissingen kan nemen. De artsen van het Erasmus Medisch Centrum waarschuwen voor ernstig gevaar bij het weigeren van een bloedtransfusie, wat levensbedreigend kan zijn voor zowel moeder als kind.
De rechtbank overweegt dat de moeder weigert toestemming te geven, terwijl de minderjarige vanwege haar leeftijd, autisme spectrum stoornis en verminderde begaafdheid niet zelfstandig kan beslissen. Alternatieven voor bloedtransfusie zijn volgens de artsen ingrijpend en niet in het belang van de gezondheid. Daarom wordt de moeder gedeeltelijk geschorst voor het deel van het gezag dat betrekking heeft op de noodzakelijke medische behandeling tijdens de bevalling en de eerste uren postpartum.
De GI wordt belast met de voorlopige voogdij om de medische behandeling te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden. De rechtbank benadrukt dat de artsen, voor zover medisch verantwoord, de wensen van de minderjarige en haar moeder zullen respecteren.