De werknemer is sinds januari 2018 in dienst bij de werkgever en is in november 2019 ziek gemeld wegens een burn-out. De bedrijfsarts en het UWV hebben vastgesteld dat zij vanwege haar medische toestand niet in staat is om te werken en dat re-integratie-inspanningen voldoende zijn geweest. Ondanks dit heeft de werkgever vanaf februari 2020 de loonbetaling stopgezet.
In een kort geding vordert de werknemer betaling van achterstallig loon over de maanden februari tot en met augustus 2020, inclusief wettelijke verhoging en rente. Tijdens de mondelinge behandeling is een vaststellingsovereenkomst gesloten, maar de werknemer heeft deze ontbonden.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer recht heeft op loon gedurende ziekte en dat de werkgever onterecht is gestopt met betalen. De loonvordering wordt toegewezen met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 15%. Tevens wordt de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van een salarisspecificatie en tot betaling van proceskosten.