Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 26 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft een woning gehuurd van Stichting Havensteder en deze na beëindiging van de huurovereenkomst niet in dezelfde staat opgeleverd als bij aanvang. Na ontdekking van een hennepplantage is de huurovereenkomst opgezegd. De verhuurder stelde herstelkosten vast en vorderde deze samen met achterstallige huur en incassokosten.
De huurder betwistte een deel van de herstelkosten en de incassokosten. De rechtbank oordeelde dat de woning conform artikel 7:224 BW Pro in dezelfde staat moest worden opgeleverd, met uitzondering van normale slijtage. De schoonmaakkosten en kosten voor herstel van plafonds werden toegewezen, maar kosten voor muurleuning, binnendeur, kozijn en knop op de deur werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat de huurder tijdig en correct was aangemaand. De huurder werd veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 2.994,22 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.994,22 aan herstelkosten en achterstallige huur, exclusief incassokosten.