Op 17 mei 2020 stak de verdachte zijn tijdelijke huisgenoot met een mes in de hals/borst, waarbij een slagader werd geraakt en het slachtoffer moest worden geopereerd. De verdachte voerde aan dat hij handelde uit noodweer vanwege een agressieve sfeer, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat hij zelf als agressor werd gezien en de enige met een wapen.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, aangezien het steken in de vitale halsstreek een aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer inhield. De poging tot doodslag werd bewezen verklaard, terwijl het overige ten laste gelegde niet werd bewezen.
De verdachte heeft een verleden van geweldsdelicten en kampt met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en ernstige middelenmisbruik. De reclassering en deskundigen adviseren een TBS-maatregel met voorwaarden vanwege het hoge gevaar op herhaling en de noodzaak van intensieve behandeling.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, lager dan de eis van 42 maanden, gecombineerd met een TBS-maatregel met voorwaarden. Deze maatregel omvat klinische opname, ambulante behandeling, gedragsvoorwaarden en toezicht door de reclassering, gericht op het voorkomen van recidive en het waarborgen van de veiligheid van de samenleving.