De zaak betreft een vordering van Stichting Havensteder tegen een huurder wegens een huurachterstand van €2.331,00. Havensteder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van de huurachterstand inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, en proceskosten.
De huurder erkent de huurachterstand en legt uit dat zij door financiële omstandigheden, waaronder een loonbeslag en een uitkering, niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. Zij verzoekt om een termijn van zes maanden om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van ruim drie maanden de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gezien de omstandigheden wordt een termijn van één maand (terme de grâce) toegekend om de schuld te voldoen of een betalingsregeling te treffen. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen, met uitzondering van het geval dat binnen die termijn wordt betaald of een regeling wordt getroffen.
Daarnaast worden de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.