ECLI:NL:GHDHA:2016:3477
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.J.M. Burg
- M.P.J. Ruijpers
- T.G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand afgewezen
In deze zaak stond de ontbinding en ontruiming van een huurwoning centraal vanwege een huurachterstand van €3.019,59. De huurder, [appellante], had een huurovereenkomst met Stichting Woonbron en woonde met haar drie minderjarige kinderen in de woning. De huurachterstand ontstond doordat de Belastingdienst ten onrechte geen rekening hield met de beslagvrije voet bij verrekening van bedragen.
Na het ontstaan van de achterstand heeft [appellante] diverse stappen ondernomen, waaronder het aanvragen van schuldhulpverlening en het verkrijgen van bijzondere bijstand in de vorm van een lening van de gemeente Rotterdam, waarmee de volledige achterstand inclusief kosten is voldaan. De lopende huur wordt sindsdien automatisch ingehouden op haar uitkering.
De kantonrechter had eerder ontbinding en ontruiming toegewezen, maar het hof oordeelt dat gezien de aflossing van de achterstand en de gewaarborgde betaling de ontbinding niet gerechtvaardigd is. Het belang van de huurder en haar kinderen weegt zwaarder dan dat van de verhuurder bij ontruiming. Het hof vernietigt daarom het eerdere vonnis voor zover het ontbinding en ontruiming betreft en wijst deze vorderingen af. Woonbron wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter vernietigd voor zover deze daarop betrekking hebben.