De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van het CIZ tot rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met dementie. De cliënt verblijft sinds juli 2020 in een beschermde woonvorm vanwege een progressief ziektebeeld en een verhoogde zorgbehoefte die thuis niet meer kan worden geboden.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder risico op lichamelijk letsel en psychische schade. De cliënt verzet zich tegen opname, maar mist ziekte-inzicht en zelfstandigheid in dagelijkse levensverrichtingen. De specialist ouderengeneeskunde bevestigt de noodzaak van 24-uurszorg.
De rechtbank concludeert dat opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. De machtiging wordt toegekend voor de gevraagde duur van zes maanden, waarbij het verzoek tot verkorting wordt afgewezen. De beschikking is op 2 november 2020 mondeling gegeven en op 4 november schriftelijk vastgelegd.