Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:11469

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 november 2020
Publicatiedatum
11 december 2020
Zaaknummer
C/10/606409 / FA RK 20-8178
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg gedurende zes maanden

De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene heeft een geschiedenis van zorgmijdend gedrag en ernstige lichamelijke klachten door verwaarlozing, en vertoont risico op terugval bij stoppen van medicatie.

Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden met een tolk vanwege COVID-19 maatregelen, werden betrokkene, zijn advocaat, en betrokken zorgverleners gehoord. De rechtbank stelde vast dat betrokkene zonder verplichte zorg ernstig nadeel zal ondervinden, waaronder risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank paste het drietrapsmodel toe voor verplichte zorg en achtte noodzakelijk het toedienen van medicatie, beperkingen in vrijheid en verplichte ambulante hulpverlening voor de duur van zes maanden. Minder bezwarende alternatieven ontbraken. De zorgmachtiging werd toegekend voor zes maanden, ingaande op de datum van de uitspraak, met de mogelijkheid tot verlenging of aanpassing in crisissituaties.

De beschikking werd op 2 november 2020 mondeling gegeven en op 4 november schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank kent een zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen ter voorkoming van ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/606409 / FA RK 20-8178
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 november 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [adres berokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,
advocaat mr. T.R. Hüpscher te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 21 oktober 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 13 oktober 2020;
  • het zorgplan van 14 september 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 november 2020, waarbij [naam tolk] als tolk Urdu aanwezig was.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam psychiater 2] , psychiater en
  • [naam verpleegkundige] , verpleegkundige FACT team, beiden verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel alsmede ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene is gediagnosticeerd met schizofrenie. Betrokken kent een lang verleden met overlastgevend gedrag rond zijn woning. Tot aan de gedwongen klinische opname in 2019, is het niet gelukt om betrokkene in behandeling te krijgen (zorgmijdend). In 2019 raakte betrokkene ernstig ontregeld met als gevolg ernstige lichamelijk klachten door verwaarlozing. Na behandeling met anti psychotische medicatie zijn de problemen op de achtergrond geraakt. Betrokkene ontvangt nu thuisbegeleiding van de GGZ, met maandelijkse toediening van de medicatie in depotvorm. Daarnaast heeft betrokkene medicatie voor zijn somatische aandoeningen, maar is daar onzorgvuldig mee. Het ontbreekt betrokken aan ziekteinzicht -en besef en hij heeft geen hulpvraag. Betrokkene heeft te kennen gegeven te willen stoppen met zijn depotmedicatie, waardoor het risico op een terugval in een psychose bestaat.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.4.
De rechtbank gaat ervan uit dat de wetgever heeft beoogd dat zorgverlening ter voorkoming van ernstig nadeel mogelijk moet zijn. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat in een zorgmachtiging sprake kan zijn van drie gradaties van verplichte zorg. Allereerst kan de reguliere verplichte zorg opgenomen worden in de zorgmachtiging waarvan de zorgverantwoordelijke steeds gebruik mag maken. Ten tweede kan in de zorgmachtiging worden opgenomen welke zorg in voorzienbare crisissituaties mag worden gegeven – niet te verwarren met verplichte zorg in noodsituaties. Verplichte zorg in noodsituaties komt immers op de derde plaats in het drietrapsmodel. Wanneer de zorgmachtiging niet in de noodzakelijke zorg voorziet, kan in noodsituaties verplichte zorg worden verleend voor drie dagen, waarna een wijzigingsverzoek kan worden gedaan door de officier. Per geval dient te worden beoordeeld welke verplichte zorg continu gegeven mag worden, welke zorg in crisissituaties gegeven mag worden en welke zorg niet wordt opgenomen in de zorgmachtiging en waar slechts in noodsituaties gebruik van mag worden gemaakt.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Tijdens de zitting verklaart de zorgverlener dat betrokkene langere tijd stabiel is vanwege het depot. Zolang betrokkene de medicatie gebruikt, kan de situatie blijven zoals deze nu is. De zorgmachtiging is noodzakelijk om betrokkene te verplichten en zo nodig te motiveren om de depot medicatie te blijven accepteren. Zonder de medicatie zal zijn toestand verslechteren met alle gevolgen van dien. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank acht de volgende vormen van reguliere verplichte zorg noodzakelijk;
  • het toedienen van medicatie, gedurende zes maanden;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, ambtshalve toegevoegd: verplichte hulpverlening in de ambulante setting, gedurende zes maanden.
In crisissituaties mag binnen de komende zes maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:
  • het opnemen in een accommodatie; bij weigering van de (depot) medicatie;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid: gekoppeld aan de opname.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 mei 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 2 november 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 4 november 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.