Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 7 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres terugbetaling van huur die zij onterecht aan gedaagde heeft betaald na voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst door gedaagde. De huurovereenkomst betrof een woning in Spijkenisse, verhuurd aan een werknemer van eiseres. Gedaagde beëindigde de huur per 30 juni 2019, terwijl eiseres reeds huur had betaald voor juli 2019.
Eiseres stelt dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de huurovereenkomst voortijdig te beëindigen en vordert vergoeding van de betaalde huur, rente en incassokosten. Gedaagde betwist aansprakelijkheid en voert verrekening op basis van een afrekening met diverse posten, waarvan een deel reeds is betaald.
De kantonrechter oordeelt dat de verrekening niet eenvoudig vast te stellen is en wijst daarom de hoofdsom van € 1.934,79 toe, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang van eiseres om deze nu al te verkrijgen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 1.934,79, incassokosten en rente; verklaring voor recht wordt afgewezen.