Op 22 januari 2020 is een zorgmachtiging afgegeven voor betrokkene waarbij verplichte zorg bestond uit opname in een accommodatie, medicatie en toezicht. De officier van justitie verzocht op 28 januari 2020 om wijziging van deze machtiging met toevoeging van de maatregel 'beperken van de bewegingsvrijheid', omdat betrokkene op een gesloten afdeling verblijft.
De mondelinge behandeling vond plaats op 3 februari 2020 in de verblijfplaats van betrokkene, waarbij betrokkene en zijn advocaat aanwezig waren, evenals een verpleegkundig specialist. De officier van justitie was niet aanwezig omdat nadere toelichting niet nodig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het verblijf op een gesloten afdeling een grotere inperking van de vrijheid inhoudt dan alleen opname in een accommodatie en dat dit valt onder de zorgvorm 'beperken van de bewegingsvrijheid' zoals bedoeld in de Wvggz. Gezien de noodzaak van het verblijf op de gesloten afdeling werd het verzoek toegewezen, met een geldigheidsduur tot en met 22 maart 2020, gelijk aan de oorspronkelijke termijn van de zorgmachtiging.
De beschikking werd mondeling gegeven op 3 februari 2020 door rechter Wilbers-Taselaar en schriftelijk uitgewerkt op 6 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.