De zaak betreft een vordering van VGZ Zorgverzekeraar tegen een bewindvoerder over de goederen van een verzekerde, betreffende onbetaalde zorgpremies over de periode juli 2019 tot en met januari 2020. VGZ vorderde betaling van een deel van de hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
De bewindvoerder voerde aan dat er sprake was van betalingsproblemen door een periode zonder inkomen en een storing bij de gemeente, en dat VGZ misbruik maakte van haar procesrecht door incassomaatregelen niet te bevriezen. VGZ stelde dat de vordering correct was onderbouwd en overhandigde een financieel mutatieoverzicht.
De kantonrechter oordeelde dat de bewindvoerder onvoldoende bewijs had geleverd van aanvullende betalingen en dat de mutatieoverzichten duidelijk waren. Daarom werd een bedrag van € 500,00 aan hoofdsom toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De proceskosten werden toegewezen aan VGZ, aangezien de bewindvoerder grotendeels in het ongelijk werd gesteld. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.