ECLI:NL:RBROT:2020:11833
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering homologatie schuldsaneringsakkoord wegens hogere baten bij voortzetting regeling
De rechtbank Rotterdam heeft op 18 november 2020 de homologatie van een op 14 oktober 2020 aangenomen schuldsaneringsakkoord geweigerd. De schuldenaar was sinds 18 mei 2018 onder een schuldsaneringsregeling geplaatst, welke tussentijds verlengd was tot 18 juli 2022. Het akkoord voorzag in een bedrag van € 3.000,00 ten behoeve van de schuldeisers, terwijl de boedel een saldo van € 4.402,44 en een boedelachterstand van € 3.502,16 kende.
De bewindvoerder, schuldenaar en diens advocaat stelden dat alle schuldeisers het akkoord steunden en dat aanvullende bedragen van derden beschikbaar waren. De bewindvoerder was echter van mening dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling voordeliger was voor de schuldeisers, mede gezien de verwachte toekomstige boedelafdrachten.
De rechtbank overwoog dat krachtens artikel 338 lid 2 Fw Pro homologatie geweigerd moet worden indien de baten van de boedel bij voortzetting van de regeling de som van het akkoord aanmerkelijk te boven gaan. Hierbij werd ook de boedelachterstand betrokken. De rechtbank achtte aannemelijk dat de schuldenaar gedurende minimaal 21 maanden gemiddeld € 218,00 per maand aan de boedel kan afdragen. Dit leidt tot een som van de boedel van circa € 11.640,00, aanzienlijk hoger dan het akkoordbedrag van € 8.240,00.
Daarnaast werd vastgesteld dat het CJIB door het akkoord werd bevoorrecht zonder dat de overige schuldeisers hierover waren geïnformeerd of hadden ingestemd, wat eveneens homologatie in de weg stond. Op grond van deze overwegingen werd de homologatie van het akkoord geweigerd en de voortzetting van de schuldsaneringsregeling bevolen.
Uitkomst: De rechtbank weigert homologatie van het schuldsaneringsakkoord en bepaalt voortzetting van de schuldsaneringsregeling.