De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het invoeren, vervoeren en aanwezig hebben van ongeveer 836 gram cocaïne en het witwassen van een geldbedrag van €40.145,-. De tenlastelegging betrof het opzettelijk binnenbrengen en/of vervoeren van de cocaïne en het witwassen van het geldbedrag, beide verborgen in een afgesloten ruimte achter de kentekenplaat van een auto.
Tijdens de terechtzitting op 15 september 2020 werd vastgesteld dat het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs had geleverd dat verdachte wetenschap had van de verborgen ruimte en de daarin aanwezige goederen. De verdachte verklaarde de auto geleend te hebben om naar zijn vriendin in Antwerpen te gaan en ontkende kennis van de drugs en het geld. De rechtbank vond dat alleen het besturen van de auto onvoldoende was om wetenschap en beschikkingsmacht aan te nemen.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 12 maanden geëist, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, maar de rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Daarnaast werden de inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder geld, cocaïne, een personenauto en een iPhone 11, grotendeels teruggegeven aan de rechthebbenden. De auto werd teruggegeven aan een derde die als rechthebbende werd aangemerkt.