ECLI:NL:RBROT:2020:12524
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bezit en verwerving kinderporno
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het bezit en de verwerving van kinderporno in de periode van februari 2015 tot juni 2018. De tenlastelegging omvatte het bezit van afbeeldingen en video's met seksuele gedragingen waarbij minderjarigen betrokken waren.
Tijdens de terechtzittingen op 10 en 13 februari 2020 en 20 november 2020 heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het bewijs onvoldoende was om de schuld van verdachte aan te tonen.
De rechtbank was het hiermee eens en oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer voor strafzaken onder voorzitterschap van V.F. Milders en de rechters J.M.L. van Mulbregt en L. Stevens.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het ten laste gelegde bezit en verwerving van kinderporno.