Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere verloop van de procedure
2..De verdere stellingen van partijen
3..De verdere beoordeling
4..De beslissing
woensdag 6 januari 2021 om 14.30 uuralwaar [persoon A] zich schriftelijk dient uit te laten.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer vordert vergoeding van overwerkuren als onderdeel van zijn vakantieloon over de periode 2013-2018. Hij stelt dat het overwerk verplicht was en verwijst naar jurisprudentie en interne documenten van Mammoet die dit zouden bevestigen. Mammoet betwist dit en voert aan dat er geen sprake is van een verplichting tot overwerk en dat werknemers wel degelijk invloed hebben op hun planning.
De kantonrechter heeft het bewijs beoordeeld, waaronder schriftelijke verklaringen van de werknemer en collega’s, het personeelshandboek en de relevante jurisprudentie. De verklaringen werden niet onder ede afgelegd en hadden beperkte bewijskracht. Bovendien was er geen bewijs dat Mammoet de werknemer daadwerkelijk verplichtte overwerk te verrichten. Er was sprake van een keuzemogelijkheid en geen sancties bij weigering.
De kantonrechter volgt de criteria uit de Europese rechtspraak (Holzkamm en Williams) dat overwerk alleen als verplicht moet worden beschouwd indien dit voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst. Omdat dit niet is vastgesteld, wordt de vergoeding voor overuren niet meegerekend bij het vakantieloon. Wel wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld zijn berekening van de nachtrittentoeslag nader toe te lichten. Het beroep van Mammoet op redelijkheid en billijkheid wordt verworpen.
De zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting van de werknemer over de nachtrittentoeslag. De rest van de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van overwerk bij het vakantieloon wordt afgewezen omdat geen verplichting tot overwerk is vastgesteld.