In deze zaak tussen verhuurder [eiseres] en huurder Vanilia the Shops B.V. stond de vraag centraal of Vanilia recht had op huurprijsvermindering vanwege de coronacrisis en of zij gehouden was tot betaling van de volledige huur, inclusief contractuele boete en incassokosten.
De huurovereenkomst liep van 1 juli 2011 tot 30 juni 2021 voor een winkelruimte. Vanilia had een huurachterstand opgebouwd over april, mei en juni 2020, deels vanwege omzetverlies door de pandemie en overheidsmaatregelen. Vanilia beriep zich op overmacht en onvoorziene omstandigheden en vorderde wijziging van de huurovereenkomst conform steunakkoorden.
De rechtbank oordeelde dat de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid is die rechtvaardigt dat de huurovereenkomst niet ongewijzigd blijft. Hoewel Vanilia het gehuurde kon gebruiken, was het onredelijk dat zij de volledige omzetdaling zou dragen. De gevorderde huurprijsvermindering van 50% werd onvoldoende onderbouwd, maar een redelijke vermindering van 10% voor april en mei 2020 werd toegewezen. De contractuele boete werd gematigd tot nihil wegens de bijzondere omstandigheden. De vordering tot betaling van toekomstige huurpenningen werd afgewezen omdat deze inmiddels voldaan waren. Proceskosten werden gecompenseerd.