Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het impliciet primair ten laste gelegde (moord);
- bewezenverklaring van het impliciet subsidiair ten laste gelegde (doodslag);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren met aftrek van voorarrest, alsmede terbeschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging (hierna: TBS-maatregel met dwangverpleging);
- tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/128033-18.
4.Waardering van het bewijs
2juli 2019 te Rotterdam opzettelijk een persoon genaamd [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
€ 20.000,00 aan affectieschade.
€ 32.500,00 aan immateriële schade, welk bedrag is opgebouwd uit € 17.500,00 aan affectieschade en € 15.000,00 aan overige immateriële schade.
€ 47.500,00 aan immateriële schade, welk bedrag is opgebouwd uit € 30.000,00 aan shockschade (primair) of andere immateriële schade (subsidiair) en € 17.500,00 aan affectieschade.
- De vorderingen van [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 4] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] zijn integraal voor toewijzing vatbaar.
- De vordering van [naam benadeelde 7] dient tot een bedrag van € 27.500,00 te worden toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.
- De vorderingen van [naam benadeelde 5] en [naam benadeelde 6] dienen tot een bedrag van
Een ander is alleen verplicht die schade te vergoeden als de wet dat bepaalt.
De verdachte heeft geweld uitgoefend tegen het slachtoffer en heeft daarmee onrechtmatig jegens haar gehandeld. De wet bepaalt dat degene die onrechtmatig handelt jegens een ander verplicht is alle schade die daardoor voor die ander ontstaat aan die ander te vergoeden. Er is dus een wettelijke verplichting voor de verdachte om de schade van het slachtoffer aan haar te vergoeden. Zij is echter overleden.
- € 13.056,04 aan kosten voor lijkbezorging;
- € 343,41 aan overige reiskosten;
- € 16,80 aan parkeerskosten.
Svop een verschrijving berust). Artikel 238 Rv Pro bepaalt dat proceskosten bestaande uit reis- en verblijfkosten alleen voor toewijzing vatbaar zijn indien de benadeelde partij in persoon procedeert. De benadeelde partij procedeert echter niet in persoon, zij heeft zich immers laten bijstaan door een gemachtigde. De wet biedt derhalve geen mogelijkheid voor vergoeding van deze reis- en parkeerkosten als proceskosten (zie ook HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600).
- € 770,00 aan eigen risico 2019 en 2020;
- € 41,24 aan reiskosten;
- € 16,80 aan parkeerkosten;
- € 5.650,16 aan verhuiskosten;
- € 1.927,64 aan geërfde schulden.
9.Vordering tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de na te noemen personen de navolgende bedragen te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2019, en beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal gijzeling zal worden toegepast voor de hierna volgende duur; toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
tenuitvoerleggingvan het voorwaardelijk gedeelte, groot 9 (negen) maanden, van de bij vonnis van 12 oktober 2018 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf.