De rechtbank Rotterdam behandelde op 18 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie.
Uit de medische verklaringen en het zorgplan bleek dat betrokkene door haar psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. Hoewel medicatie het ziektebeeld onder controle houdt, was in het verleden sprake van medicatieweigering, wat verslechtering veroorzaakte. De rechtbank achtte ambulante verplichte zorg passend om dit ernstig nadeel te voorkomen, met opname als uiterste middel.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene sinds september 2019 met voorwaardelijk ontslag is en dat het redelijk is toezicht te houden op medicatie-inname. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt voor zes maanden verleend, met de kanttekening dat bij opname een nieuwe onafhankelijke psychiatrische beoordeling vereist is.
De beschikking werd mondeling gegeven op 18 februari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 20 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.