De rechtbank Rotterdam behandelde op 6 januari 2020 de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader. Tevens werd verzocht om gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling (GI) met betrekking tot de aanmelding van de kinderen bij een onderwijsinstelling.
De GI stelde dat de kinderen een zorgelijke sociaal-emotionele ontwikkeling vertonen en dat verlenging noodzakelijk is om hun veiligheid en ontwikkeling te waarborgen. De moeder verzette zich tegen de duur van de uithuisplaatsing en vroeg om een contra-expertise vanwege bezwaren tegen het KSCD-onderzoek. De vader steunde de verzoeken van de GI en was tegen een nieuw onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld en verlengde deze voor een jaar. De machtiging uithuisplaatsing werd aangehouden tot de schriftelijke uitspraak. De GI werd belast met het gezag voor de schoolaanmelding van de kinderen vanwege het conflict tussen de ouders over de schoolkeuze, om rust en regelmaat voor de kinderen te waarborgen.