ECLI:NL:RBROT:2020:1943

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 februari 2020
Publicatiedatum
5 maart 2020
Zaaknummer
C/10/590156 / FA RK 20-411
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 WvggzArt. 15:1 lid 4 WvggzArt. 27 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging voor betrokkene, aansluitend op een eerdere machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel. Betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis veroorzaakt door amfetaminegebruik of -onttrekking, wat leidt tot agitatie, achterdocht en ernstig nadeel zoals financiële problemen, verwaarlozing en sociaal isolement.

Tijdens de mondelinge behandeling op 5 februari 2020 was betrokkene niet bereid zich te doen horen. De rechtbank beoordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren of te herstellen.

De verplichte zorg omvat medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht tijdens insluiting, beperkingen in het eigen leven waaronder communicatie, en opname in een accommodatie. De machtiging wordt verleend voor de duur van 180 dagen, tot en met 3 augustus 2020.

De rechtbank achtte de gevraagde maatregelen evenredig en effectief en wees overige vormen van verplichte zorg af wegens onvoldoende noodzaak. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van 180 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/590156 / FA RK 20-411
Betrokkenenummer: [nummer]
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 februari 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, Bouman Kliniek te Rotterdam,
advocaat mr. J.C. van Zundert te Delft.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 januari 2020, heeft de officier verzocht om een zorgmachtiging die aansluit op de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door drs. J. Kruithof, psychiater, van 20 januari 2020;
  • de zorgkaart van 16 januari 2020 met bijlagen;
  • het zorgplan van 15 januari 2020 met bijlagen;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur op het zorgplan;
  • De mededeling dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene bekend zijn;
  • De email van de geneesheer-directeur van 23 januari 2020 in aanvulling op diens eerdere bevindingen.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 februari 2020.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
  • drs. [naam 1] , arts in opleiding tot psychiater en
  • [naam 2] , stagiair, beiden verbonden aan Antes, Bouman Kliniek.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
1.4.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.

2.Beoordeling

2.1.
Criteria zorgmachtiging
2.1.1.
Op 3 januari 2020 is door de rechtbank Den Haag een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend als bedoeld in artikel 27 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Op grond van artikel 15:1 lid 4 Wvggz Pro wordt deze machtiging gelijkgesteld met een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wanneer een aansluitend verzoek wordt gedaan tot een zorgmachtiging. Tijdig, te weten op 23 januari 2020, is vervolgens onderhavig op artikel 7:11 Wvggz Pro gebaseerde verzoek voor een aansluitende zorgmachtiging ingediend.
2.1.2.
De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis.
2.1.4.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige immateriële schade, ernstige financiële schade en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang. Bovendien is er de bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt. Betrokkene is opgenomen met een psychotische stoornis. Amfetaminegebruik, dan wel onttrekking daarvan, wordt gezien als de oorzaak van de stoornis. De stoornis uit zich vooral in agitatie en achterdocht. Betrokkene accepteert geen zorg. Betrokkene heeft financiële problemen, haar ouders hebben aangegeven dat de brievenbus van betrokkene vol zit met aanmaningen. Daarnaast verwaarloost betrokkene zichzelf en haar woning en raakt ze haar sociale netwerk kwijt. Betrokken loopt het risico om in schadelijke situaties terecht te komen, vanuit verward gedrag om middelen te verkrijgen. Haar ouders raken overbelast en maken zich grote zorgen, maar betrokkene houdt hun hulp en bemoeienis steeds meer af.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te
stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.2.2.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het voorstel voor een zorgmachtiging van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling met de advocaat van betrokkene en de arts besproken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie ter behandeling van de psychische stoornis;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het insluiten;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene, alléén tijdens het insluiten;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • het opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, nu de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.3.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.2.4.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Nu de officier voor alle verzochte vormen van verplichte zorg een duur van honderdtachtig dagen heeft verzocht, en gesteld noch gebleken is dat een andere geldigheidsduur passender is, zal de zorgmachtiging voor de verzochte duur worden verleend.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen, met inachtneming van het bepaalde rechtsoverweging 2.2.4;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 augustus 2020.
Deze beschikking is op 5 februari 2020 mondeling gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 13 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.