ECLI:NL:RBROT:2020:2027
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening en terugvordering WAO/WAZ-uitkeringen wegens motiveringsgebrek
Eiseres, een zelfstandig psychotherapeute, ontving WAO- en WAZ-uitkeringen die door verweerder zijn herzien en teruggevorderd over de jaren 2013 tot en met 2015. Verweerder stelde dat op grond van de inkomsten uit zelfstandige arbeid de uitkeringen moesten worden aangepast volgens lagere arbeidsongeschiktheidsklassen. Eiseres betwistte dit en voerde onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel en onduidelijkheid over de beëindiging van haar vrijwillige WAO-verzekering.
De rechtbank oordeelde dat de toekenning van de uitkeringen per 25 september 2001 in rechte vaststaat en dat de vrijwillige WAO-verzekering op verzoek van eiseres is beëindigd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan dat herziening en terugvordering zouden achterwege blijven. Wel werd vastgesteld dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde omdat niet was ingegaan op bezwaargronden over de anticumulatie over 2015.
Daarom werd het besluit op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het beroep op hogere arbeidsongeschiktheid in 2016 werd buiten beschouwing gelaten omdat dat jaar niet binnen het geding viel.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.