ECLI:NL:RBROT:2020:2124
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen opschortingsbesluit aanvullende inkomensvoorziening ouderen
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een opschortingsbesluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarbij hun recht op de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) werd opgeschort. De Svb verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het intrekkingsbesluit dat hierop volgde onherroepelijk was geworden.
Eisers voerden aan dat het intrekkingsbesluit niet bekend was gemaakt en dus niet in werking was getreden, waardoor zij nog procesbelang hadden bij het bezwaar tegen het opschortingsbesluit. Daarnaast stelden zij dat de Svb in strijd met het fair play-beginsel handelde door het intrekkingsbesluit niet tijdens de bezwaarprocedure te bespreken.
De rechtbank oordeelde dat uit een brief van de gemachtigde van eisers bleek dat het intrekkingsbesluit wel was ontvangen. Hierdoor was het niet nodig dat de Svb de verzending aannemelijk maakte. Ook was er geen verplichting voor de Svb om het intrekkingsbesluit tijdens de hoorzitting te bespreken. Het bezwaar richtte zich niet mede tegen het intrekkingsbesluit, dat onherroepelijk was geworden, waardoor het bezwaar tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het opschortingsbesluit is ongegrond verklaard.