ECLI:NL:CRVB:2018:3155
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluiten college Steenbergen inzake bijstand en terugvordering
De Centrale Raad van Beroep behandelde hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen over bijstand en terugvordering.
Ten aanzien van het besluit van 19 augustus 2015 oordeelde de Raad dat het college bevoegd was het recht op bijstand op te schorten, omdat appellante pas op 1 september 2015 een ouderschapsplan en echtscheidingsconvenant overlegde die al op 5 juni 2015 waren ondertekend en financiële afspraken bevatten die relevant waren voor de bijstand.
De Raad verwierp het beroep op kostenvergoeding voor het bezwaar tegen het besluit van 9 maart 2016, omdat het motiveringsgebrek was gepasseerd en het herzieningsbesluit niet was herroepen, waardoor geen grond bestond voor vergoeding.
Tot slot oordeelde de Raad dat het besluit van 16 september 2015 tot terugvordering van bijstandskosten rechtsgeldig was bekendgemaakt, mede omdat betaling van het teruggevorderde bedrag een contra-indicatie vormde dat het besluit was ontvangen. Het bezwaarschrift was te laat ingediend en het beroep op hoorplicht slaagde niet. De Raad bevestigde alle aangevallen uitspraken en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken en wijst de beroepen van appellante af.