ECLI:NL:RBROT:2020:2128
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering bijstand wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen
Eiser ontving bijstand vanaf 1 juli 2017 en werd geconfronteerd met een herziening van zijn uitkering over de periode 1 december 2017 tot en met 30 november 2018. Verweerder stelde vast dat eiser niet gemelde stortingen en bijschrijvingen van derden op zijn bankrekening had ontvangen, variërend van €35 tot €5.000 per keer. Dit leidde tot een terugvordering van €7.651,18 netto.
Eiser stelde dat hij niet volledig was geïnformeerd over zijn inlichtingenplicht en dat hij leningen van derden had gemeld. De rechtbank oordeelde dat stortingen en bijschrijvingen als middelen en inkomen in de zin van de Participatiewet moeten worden beschouwd, ongeacht of het om leningen gaat of niet. Het niet melden hiervan vormt een schending van de inlichtingenplicht.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat de terugvordering gematigd of afgezien moest worden op grond van dringende redenen of de zesmaandenjurisprudentie. De rechtbank stelde dat deze jurisprudentie niet van toepassing is bij schending van de inlichtingenplicht en dat eiser geen uitzonderlijke omstandigheden had aangevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen wordt ongegrond verklaard.