ECLI:NL:RBROT:2020:2257
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Veling
- M.G.L. de Vette
- A.S. Flikweert
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wissing van persoonsgegevens in toevoegingsaanvragen afgewezen wegens ontbreken rechtsgrond
Eiseres verzocht de raad voor rechtsbijstand om wissing van persoonsgegevens uit vonnissen die bij toevoegingsaanvragen waren gevoegd. Deze vonnissen bevatten onder meer gezondheidsgegevens van eiseres. De raad wees het verzoek af op grond van artikel 6 lid 1 onder Pro e AVG, stellende dat de verwerking noodzakelijk was voor een taak van algemeen belang.
De rechtbank oordeelde dat deze rechtsgrond onvoldoende nauwkeurig en kenbaar was, en dat het beleid van verweerder niet duidelijk voorschreef dat vonnissen bij toevoegingsaanvragen moesten worden gevoegd. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat andere rechtsgronden van toepassing waren. Daarnaast had eiseres haar toestemming voor verwerking ingetrokken, wat haar recht was onder artikel 7 lid 3 AVG Pro.
De rechtbank stelde vast dat de verwerking van persoonsgegevens, waaronder bijzondere persoonsgegevens over gezondheid, onrechtmatig was. De bewaarplicht uit de Archiefwet bood geen zelfstandige grondslag voor de verwerking of bewaartermijn. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen twee weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij het verzoek tot wissing moet worden toegewezen. Verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot wissing van persoonsgegevens wordt toegewezen en het bestreden besluit vernietigd.