ECLI:NL:RVS:2017:2232
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.B.M. Hent
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over onrechtmatige verwerking en bewaarplicht persoonsgegevens bij IGZ en LMZ
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het verzoek van een melder tot verwijdering van haar persoonsgegevens bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ) gegrond verklaarde.
De melder had een klacht ingediend over een fysiotherapeut, waarna haar persoonsgegevens werden verwerkt en bewaard door IGZ en LMZ. De minister wees het verzoek tot verwijdering af omdat de gegevens niet onjuist of onvolledig zouden zijn en verwees naar een standaard bewaartermijn van tien jaar. De rechtbank oordeelde echter dat deze bewaartermijn niet noodzakelijk was en dat de verwerking in strijd was met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), met name artikel 11 en Pro artikel 16.
De minister voerde in hoger beroep aan dat de verwerking was toegestaan op grond van uitzonderingen in artikel 23 van Pro de Wbp, onder meer vanwege een zwaarwegend algemeen belang en uitdrukkelijke toestemming van de melder. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat geen wettelijke grondslag bestaat voor de verwerking in het kader van het toezicht op de volksgezondheid en dat de melder geen uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de tienjarige bewaartermijn.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de minister het verzoek tot verwijdering niet had mogen afwijzen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd een griffierecht opgelegd aan de minister.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.