ECLI:NL:RBROT:2020:2289
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wegens reeds voldane kosten en lening
Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor uitvaartkosten van een familielid, waarbij een bedrag van €5.200,- was betaald. Verweerder wees de aanvraag af omdat €3.200,- een lening betrof en €2.000,- reeds uit spaargeld was voldaan. Eiseres betoogde dat er sprake was van een dringende situatie die maatwerk vereiste en dat zij en haar kinderen niet over voldoende middelen beschikten.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g, van de Participatiewet geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor het aflossen van schulden, tenzij zeer dringende redenen aanwezig zijn. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor een acute noodsituatie die bijzondere bijstand rechtvaardigt. Bovendien kunnen reeds betaalde kosten niet worden gecompenseerd met bijzondere bijstand.
Eiseres voerde ook een beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel en behoorlijke procesorde, maar dit werd niet onderbouwd en bleef zonder gevolg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wordt ongegrond verklaard.