ECLI:NL:RBROT:2020:2460
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzageverzoek en bezwaar op grond van de AVG binnen RIEC-samenwerkingsverband
Eiser heeft een inzageverzoek ingediend op grond van artikel 15 van Pro de AVG betreffende zijn persoonsgegevens die binnen het RIEC-samenwerkingsverband worden verwerkt. De burgemeester van Dordrecht heeft dit verzoek toegewezen en een overzicht verstrekt. Vervolgens heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het besluit, waarbij hij tevens verzocht om verwijdering en rectificatie van zijn persoonsgegevens. Dit verzoek is door verweerder buiten beschouwing gelaten omdat het niet onder het oorspronkelijke inzageverzoek viel.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar van eiser tevens als een verzoek op grond van artikel 16 en Pro/of 17 van de AVG had moeten worden behandeld, maar dat verweerder dit ten onrechte niet heeft gedaan. Omdat eiser later een afzonderlijk verzoek tot verwijdering heeft ingediend en de bezwaarprocedure hierover nog loopt, leidt dit verzuim niet tot schending van zijn procesbelangen.
Eiser vermoedt dat niet alle persoonsgegevens zijn verstrekt, mede gelet op eerdere Wob-procedures en inzage bij de politie. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd en gaat ervan uit dat verweerder alle beschikbare persoonsgegevens heeft verstrekt. Het feit dat eiser niet als verdachte wordt aangemerkt, is irrelevant voor de AVG-beoordeling.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de burgemeester van Dordrecht wordt ongegrond verklaard.