ECLI:NL:RBROT:2020:2484
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als callcentermedewerker, viel op 26 september 2016 uit wegens medische klachten. Verweerder stelde vast dat zij vanaf 22 januari 2019 meer dan 65% van haar loon kon verdienen en wees haar WIA-uitkering af. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit. Eiseres stelde dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met zowel fysieke als psychische klachten, waaronder een depressieve episode. De door eiseres aangevoerde medische stukken en richtlijnen boden geen aanleiding tot herziening van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) of tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
De arbeidsdeskundige had passende functies geduid die aansluiten bij de beperkingen van eiseres, en de rechtbank vond geen reden om deze functies ongeschikt te achten. Het verlies aan verdienvermogen werd vastgesteld op 0,00%, wat betekent dat eiseres niet arbeidsongeschikt genoeg is voor een WIA-uitkering.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek van eiseres af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.