Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Procesverloop
- betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
- L. Overdijk, behandelend psychiater, en
- L. van den Berge, arts, beiden verbonden aan Parnassia Groep, locatie Poortmolen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op een voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene lijdt aan een schizo-affectieve stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Zij vertoont geen ziekte-inzicht en weigert vrijwillige behandeling, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De rechtbank stelde vast dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde verplichte zorg evenredig en effectief is.
Een belangrijk onderdeel van de verplichte zorg betreft anticonceptie, waarbij de prikpil onder dwang kan worden toegediend om ernstige psychische schade te voorkomen die voortvloeit uit ongewenste zwangerschappen. De rechtbank oordeelde dat deze maatregel wettelijk is toegestaan en proportioneel is. De zorgmachtiging geldt voor zes maanden en omvat tevens andere vormen van verplichte zorg zoals medicatie, bewegingsbeperking en toezicht.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden inclusief verplichte anticonceptie middels prikpil om ernstig nadeel af te wenden.