Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1.1klaagt met verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 december 2022 [3] dat de rechtbank een verkeerde vorm van verplichte zorg heeft toegepast. Volgens het onderdeel kan verplichte anticonceptie niet onder het toepassingsbereik van art. 3:2 lid 2 sub h Wvggz Pro worden gebracht.
Onderdeel 1.2voert aan dat het oordeel van de rechtbank dat de verplichte zorg in de vorm van toedienen van een prikpil evenredig is, onbegrijpelijk is. Volgens het onderdeel is er een minder bezwarend alternatief in de vorm van de normale pil waaraan betrokkene wil meewerken.
Onderdeel 1.3betoogt dat niet voldaan is aan het vereiste van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid aangezien nog niet geprobeerd is om betrokkene bij de medicatie de gewone pil als anticonceptie te geven.