ECLI:NL:RBROT:2020:2496
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afgelasten markten wegens corona
Verzoekers, marktplaatsvergunninghouders van de Centrummarkt in Dordrecht, verzochten op 17 maart 2020 een voorlopige voorziening tegen het verbod op de weekmarkten op 13 en 14 maart 2020 en tegen een brief van 16 maart 2020 waarin werd geïnformeerd over een noodverordening die markten tot 6 april 2020 verbood.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verbod op de markten op 13 en 14 maart betrekking had op een reeds afgesloten periode, waardoor geen spoedeisend belang bestond voor een voorlopige voorziening. De brief van 16 maart werd niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangemerkt, zodat ook daarvoor geen voorlopige voorziening kon worden getroffen.
Ten aanzien van de noodverordening stelde de rechter vast dat deze algemeen verbindende voorschriften bevat en derhalve niet als een besluit kan worden aangemerkt waartegen bezwaar mogelijk is. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het marktverbod wegens de noodverordening wordt afgewezen.