ECLI:NL:RBROT:2020:2500
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling terugvordering kinderbijslag bevestigd door rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin een betalingsregeling is vastgesteld voor de terugvordering van ten onrechte ontvangen kinderbijslag.
Het primaire besluit van 11 juni 2019 bepaalde dat eiseres vanaf het eerste kwartaal 2019 geen recht meer had op kinderbijslag en dat zij €312,24 moest terugbetalen. De betalingsregeling hield in dat eiseres zes maanden €50,- en één maand €14,24 zou betalen.
Tijdens de zitting op 13 maart 2020 waren partijen niet aanwezig. De rechtbank constateerde dat eiseres geen nieuwe gronden tegen de invordering had aangevoerd en dat zij de betalingsregeling zelf niet problematisch vond. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit onherroepelijk was omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt.
De rechtbank overwoog dat alle inkomsten in het eerste kwartaal van 2019, inclusief een eindejaarsuitkering uit 2018, meetellen bij de herziening van het recht op kinderbijslag. Ondanks het begrip voor de situatie van eiseres, zag de rechtbank geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak werd mondeling gedaan en is openbaar op 13 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de betalingsregeling voor terugvordering kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.