ECLI:NL:RBROT:2020:2566
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgmachtiging op grond van onjuiste medische verklaring Wvggz
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging te verlenen op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die verblijft in Antes GGZ. Bij het verzoek waren onder meer een medische verklaring van een psychiater en een zorgplan gevoegd.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege coronamaatregelen, verschenen betrokkene met zijn advocaat en twee artsen van Antes GGZ. De officier was niet aanwezig omdat geen nadere toelichting werd geacht noodzakelijk.
De rechtbank constateerde dat de psychiater in de medische verklaring had aangegeven niet te oordelen dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt dat niet zonder verplichte zorg kan worden afgewend. De geneesheer-directeur sloot aan bij deze verklaring. Omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van een kennelijke verschrijving, wees de rechtbank het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beslissing werd mondeling gegeven op 18 maart 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 25 maart 2020 door rechter M.C. Woudstra.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging is afgewezen wegens onvoldoende medische onderbouwing.