ECLI:NL:RBROT:2020:2572
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 16 maart 2020 om voortzetting van een op 14 maart 2020 opgelegde crisismaatregel voor een betrokkene die verblijft in Antes GGZ. De mondelinge behandeling vond plaats op 18 maart 2020, waarbij betrokkene en een arts telefonisch werden gehoord vanwege de coronamaatregelen.
De rechtbank beoordeelde aan de hand van artikel 7:7 en Pro 7:8 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) of de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel kon worden verleend. Er was sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een paranoïde psychotisch toestandsbeeld, met gedragingen zoals achterdocht, verbale agressie en risico’s voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
De arts verklaarde dat betrokkene bekend is met schizofrenie en een licht verstandelijke beperking, en sinds januari 2020 een opschaling van behandeling onderging vanwege medicatieweigering. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. De verplichte zorg omvatte medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht en opname.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven waren en dat de voorgestelde zorg evenredig en effectief was. De machtiging werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 8 april 2020. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.